Een van de kleinste clubs van Nederland op weg naar het eeuwfeest. ‘VV Gersloot is niet kapot te krijgen’
Trouw • 9
Waar veel voetbalverenigingen worstelen met hogere kosten, een tekort aan vrijwilligers en ruimte, heeft het Friese VV Gersloot als een van de kleinste clubs van Nederland nergens last van. ‘We doen het altijd met elkaar.’
Voorzitter Arjan Bosman (38) van VV Gersloot drinkt met grote slokken zijn koffie op. Hij moet zich snel omkleden, want voor de thuiswedstrijd tegen het tweede elftal van Wispolia uit Terwispel is er geen scheidsrechter, dus fluit hij zelf.
Dan, omgekleed, met de voetbalsokken op de enkels, net als hij ze vroeger zelf als voetballer droeg, zegt hij: “Dit soort ochtenden zijn prachtig. We schoppen lekker tegen een bal en zitten hier straks met een ploegje aan het bier.”
Jarenlang gold de vereniging VV Gersloot, uit een gehucht van nog geen 200 inwoners bij Heerenveen, als de kleinste van Nederland. Een titel die ze als cultclub met trots droegen. Het ledenaantal schommelde decennialang rond de twintig. Tijdens de coronapandemie kreeg de club een impuls door de toevoeging van een vrouwenteam, bestaande uit veel vriendinnen van de mannen. Nu heeft VV Gersloot zo’n veertig leden. En daar wil Bosman het bij houden. De kunst is om klein te blijven en toch te overleven. De club herbergt überhaupt geen elftal met kinderen en uitbreiding brengt alleen maar kosten met zich mee.
Terwijl de mannen van Wispolia 2 ter opwarming heen en weer draven op het veld, omgeven door een idyllisch panorama van sloten en weilanden, komt vijf minuten voor de wedstrijd nog een speler van VV Gersloot 1 in burgertenue aan. Een ander staat achteloos met een brandende sigaret in zijn mondhoek, terwijl hij de veters van zijn voetbalschoenen strikt. Drie minuten later wandelt nog een teamgenoot naar binnen. Niemand kijkt ervan op. “Warmlopen?”, zegt de laatste, met de tas over zijn schouder. “Hebben wij niet nodig.”
Altijd te laat
Vanuit het clubhuis kijkt Sietske Halman naar buiten. Ze bestiert bij thuiswedstrijden de bar. Dat gaat op goed vertrouwen, betalen voor koffie of bier mag ook over een paar weken. “Of ze om 10.00, 12.00 of 14.00 uur spelen, het maakt niet uit. De jongens komen altijd te laat. Meestal beginnen ze een kwartiertje later.”
Een aantal spelers werkt op de boerderij, anderen bijvoorbeeld bij een loonbedrijf. Ze komen pas naar de club wanneer alle werkzaamheden zijn afgerond. Halman geniet van de sfeer. “Als iemand in het café een dorp verder zich in zijn vinger heeft gesneden, dan gaat hier het verhaal rond dat zijn hand eraf ligt.”
VV Gersloot werd opgericht in 1934. Volgens oudere leden stond het toegangshek er toen al. Net als het ledenaantal steeg het niveau nooit. De club was altijd te vinden in de onderste regionen van het amateurvoetbal. Als eerste elftal voetbalden de Gersloters tegen derde, vierde of zelfs vijfde elftallen van andere clubs. Meer talent was er gewoon niet.
Vanaf dag één was dit veld de thuisbasis. Veengrond, altijd drassig. Nog niet zo lang geleden moest de linksbuiten aan één kant van het veld rond een plas water voetballen. Ook de belijning zorgde soms voor problemen. Een wedstrijd moest worden uitgesteld omdat niemand kon zien of de bal uit was.
Wanneer tegenstanders over een aanvaller met een pegel beschikten, hield de doelman van Gersloot negentig minuten lang zijn adem in. Het doel was tot ver in de jaren negentig van hout. Een keer schoot iemand de lat van de palen. Geen ramp; de spelers schroefden ze tijdens de wedstrijd weer aan elkaar.
Een mannetje minder
Op deze voorjaarsochtend slaan wisselspelers de hoekvlaggen met een moker in de grond. De vlaggen van de grensrechter zijn oud; de handvatten zijn nog van hout en niet van kunststof zoals gebruikelijk. “Een aandachtspuntje voor de volgende vergadering”, zegt voorzitter Bosman. “Of voor die daarna. Of anders die daar weer na.”
Natuurlijk heeft het voortbestaan van de club onder druk gestaan, zegt Bosman, die zo’n twintig jaar geleden neerstreek in Gersloot. “Stonden we met tien man, konden we amper een team op de been brengen. Dan vroegen we de tegenstanders of ze ook met een man minder wilden spelen.”
Toen de situatie tien jaar geleden nog nijpender was, werd aan alle spelers gevraagd om vrienden en familieleden te ronselen. Leeftijd en fitheid deed er niet toe, als ze op zondag maar konden komen. Sommigen struinden zelfs kroegen en jeugdhonken in de buurt af. Tegenwoordig kent een aanzienlijk deel van het elftal elkaar van de nabijgelegen keet De Bunker.
Altijd blijven
Voor Lammert Knobbe (30) vormt het voetballen met zijn maten het hoogtepunt van de week. Iedere wedstrijd laat de melkveehouder uit het dorp zich eerder wisselen, zodat hij nog snel een biertje kan drinken voor hij voor de tweede keer van de dag zijn koeien moet melken.
“Als ik zie hoe het bij andere clubs gaat, wil ik hier nooit meer weg”, zegt Knobbe, als hij aan de kant komt staan. “Er zijn jongens die hogerop kunnen, maar dat absoluut niet willen. Dat heeft te maken met de gezelligheid, het biertje met z’n allen. De eerste en tweede helft gaan meestal niet zo goed, maar de derde helft winnen we altijd.”
Als bestuurslid weet Knobbe hoe het geld stroomt. Waar andere voetbalclubs buigen voor het vrijwilligerstekort, ruimtegebrek en de hogere kosten, blijft VV Gersloot vooralsnog fier overeind. De contributie bedraagt jaarlijks 85 euro, nog niet eens de helft vergeleken met buurtverenigingen.
“We zaten nog niet lang geleden in de kantine van een andere vereniging”, zegt Bosman, die net heeft afgefloten na een kansloze 1-3-nederlaag. “Daar kostte een kistje bier 65 euro. Wat krijgen we nou? Daar heb je er bij ons twee voor. We zijn hier maar gaan zitten. De nazit levert de club veel geld op. We serveren hier niet met dienbladen, maar met bierkratten.”
Niet alleen de voetbalclub huist in het gebouw, doordeweeks is er ook een avond voor kaarters, biljarters en kaatsers. Ook heeft het gehucht een actieve vrouwenvereniging. Het gebouw uit 2018 kost de mensen weinig: er is goede isolatie en een warmtepomp.
Nooit op zaterdag
“Als je je afvraagt wat ons geheim is”, zegt Knobbe. “We doen het altijd met elkaar.” Waar ze op het veld niet goed in zijn – het benutten van elkaars kwaliteiten – daarin excelleren ze juist daarbuiten.
Als voorbeeld geeft Knobbe het vorige week aangelegde terras. Een berichtje in de groepsapp was genoeg om bijna tien man bij elkaar te krijgen om de klus voor elkaar te krijgen. En dat geldt voor al het werk bij de club.
De een heeft een tractor, een ander een kraan. Er zijn schilders, timmerlieden en loodgieters bij. Ze doen graag iets terug voor de club. Knobbe vreest de dag dat de KNVB besluit om VV Gersloot in een zaterdagcompetitie te plaatsen. “Dat zou onze doodsteek zijn, iedereen klust bij op zaterdag. Zondag is onze uitlaatklep.”
Bosman wijst naar de nieuwe lichtmasten rond het veld. “We kregen een offerte van 65.000 euro. Die prijs zou ons regelrecht in een faillissement storten. Via een winkel die aan de manege levert, vond ik deze ledlampen. Met behulp van coronasubsidie en enkele sponsoren konden we de 5500 euro dekken.”
Emotionele voorzitter
Terwijl de andere spelers rond de bierkratten op tafel gaan zitten, begint Bosman over het naderend honderdjarig bestaan van de club. Nog een jaar of acht moet hij als voorzitter overbruggen. Zijn hoogtepunt: het kampioenschap van 2023, voor het eerst na 68 jaar. Gersloot schreef geschiedenis.
Op de laatste speeldag moest het gebeuren. Volgens Bosman was het hele dorp leeg, iedereen stond langs het veld. “Ik was emotioneel. Normaal niet, maar toen wel. We bereikten iets wat we dachten nooit te zullen bereiken.”
De promotie lieten ze bewust aan zich voorbijgaan. Liever bleven ze actief in de lagere klasse uit angst voor dikke nederlagen en als gevolg daarvan een teruglopend aantal spelers, omdat ze er geen plezier meer in zouden hebben.
Bosman hoopt vooral dat de spelers blijven. Dat is cruciaal voor het voortbestaan. “Als mensen besluiten weg te gaan, hebben we echt een probleem.” Al ziet hij dat de komende jaren niet gebeuren. En anders staan er altijd nieuwe mensen op. “Gersloot is niet kapot te krijgen.”
Foto’s: Sjaak Verboom






